Aukje Nauta
Hoogleraar Universiteit Leiden
Auteur: ‘Nooit meer doen alsof’

Als je beroepshalve ook maar enigszins te maken hebt met burn-out en het voorkomen of juist genezen ervan, dan is De burn-out bubbel van Schaufeli en Verolme voor jou verplichte kost. Of je nu hr-manager, arbo-professional, huisarts of (loopbaan)coach bent, de ontnuchterende feiten en cijfers over het helaas al te populaire fenomeen burn-out mág je niet aan je voorbij laten gaan.

Toon Taris
Hoogleraar Arbeids- en organisatiepsychologie
Universiteit Utrecht

De burnout bubbel: Het echte verhaal is niet zomaar een boekje over werkstress. Het combineert dertig jaar aan diepgaande en soms verrassende wetenschappelijke inzichten over burn-out met een nuchtere, praktische en toegankelijke, maar altijd evidence-based insteek over wat er aan dergelijke klachten gedaan kan worden. Wie dit boek op de plank heeft staan heeft geen andere literatuur over dit onderwerp meer nodig, want dít is dus het échte verhaal. De burnout bubbel is een goed en compleet boek dat alle belangrijke facetten van burnout gedegen én toegankelijk bespreekt, en dat van grote waarde is voor iedereen die zich beroepshalve of anderszins met burn-out bezig houdt.

Joost Zaat
Columnist Volkskrant
Huisarts

Half Nederland zou een burn-out hebben of gehad hebben, van jonge dokter tot dj en van student tot oude professor, als je de krantenkoppen geloven mag. Alleen al die percentages wijzen op een inflatie van het begrip burn-out, dat schrijven Wilmar Schaufeli en Jan Jaap Verolme in een relativerend boek over burn-out. Ze bespreken de definitie waarbij ze vooral ingaan op de glijdende schaal van spanningsklachten naar overspannenheid en ernstige burn-out. In de media is burn-out verworden tot het begrip over die hele schaal. Ernstige burn-out komt niet heel frequent voor en volgens de auteurs lijden ook niet steeds meer mensen daaraan. Het lastige is dat ook een ernstige burn-out niet als officieel DSM-5 etiket geldt zodat daardoor behandeling in  de ggz niet mogelijk is, tenzij verwijzers een beetje sjoemelen.

De auteurs gaan uitgebreid in op de betrekkelijk wankele meetmethoden in bijvoorbeeld de Nederlandse enquete Arbeidsomstandigheden waarbij grote groepen mensen gevraagd worden of ze de afgelopen maand wel eens uitgeput waren. ’Wie niet’, schrijven de auteurs terecht op. Ze pleiten voor het terugbrengen van de definitie van burn-out tot ernstige klachten. In korte hoofdstukjes beschrijven de mogelijke etiologie (er is geen lichamelijke oorzaak): omstandigheden, persoonlijkheid, werkgeverschap. En de mogelijke behandelingen waarbij ze uitgaan van de richtlijnen van de betrokken beroepsgroepen. Ze beschrijven de rol van huisarts, bedrijfsarts, ggz en coaches. Waarbij de geïnterviewde deskundige blijk geven niet altijd goed op de hoogte te zijn van elkaars kennis. In een apart hoofdstuk beschrijven ze de rol van de werkgever zowel bij het ontstaan van burn-out als herstel en re-integratie.
Het boek leest makkelijk en de informatie klopt en is handzaam.

Annet de Lange
Hoogleraar duurzame inzetbaarheid
Lector Human Resource Management
Nip Psycholoog

De burn-out bubbel is een ware must in de boekenkast van de lezer die voor professionele, wetenschappelijke redenen of vanuit pure eigen interesse voor het onderwerp burn-out feiten van fictie wenst te onderscheiden. Het boek leest makkelijk weg en eindigt met concrete samenvattende lessen uit het boek (gepresenteerd als reactie op prikkelende stellingen). Ik kan dit boek erg warm aanbevelen. Burn-out is here to stay. Daarom is het van belang dat relevante kennis via dit boek beschikbaar gesteld is en dat zowel de werkende als de werkgever de juiste weg blijft zoeken naar passende mentale zorg.

Mikkel Hofstee
CEO Lifeguard
Auteur Oermens 2.1
Voorzitter Galatea Foundation

Met heel veel plezier heb ik De burn-out Bubbel gelezen. Mijn afdronk is: “Everything you always wanted to know about burn-out but were afraid to ask”. Een duidelijk, helder geschreven overzicht die de bubbel op goed onderbouwde wijze doorprikt. Een must-read voor elke professional die zich interesseert in het welzijn van medewerkers!

Nathalie de Jager
Manager Gezond Ondernemen
Zilveren Kruis Achmea

Kreeg dit boek per post deze week als dank voor mijn bijdrage/ interview met Wilmar Schaufeli en Jan Jaap Verolme t.t.v. het schrijven van hun boek. Wat een goed boek en belangrijk overzichtswerk waarin feiten en fictie worden gescheiden. Ook biedt het helpende inzichten om succesvol en tijdig te interveniëren op zowel individueel niveau als meer systemisch in de organisatie(cultuur). Ook geeft het belangrijke inzichten voor leidinggevenden, want de manier waarop die de dialoog voeren en al dan niet ‘ondersteunend’ zijn aan hun mensen heeft grote invloed. Knap werk Wilmar Schaufeli en Jan Jaap Verolme

Tinka van Vuuren
Hoogleraar Strategic Human Resource Management
Senior-Consultant a.s.r. | Loyalis

Het boek leest als een trein. En doet wat de titel belooft. Het zet ons met de voeten op de vloer. En prikt de burn-out bubbel door. Er is geen burn-out epidemie. Wel hebben ruim een miljoen mensen milde burn-out klachten – zij zijn maandelijks wel eens uitgeput na het werk- maar zij hebben geen ernstige burn-outklachten. Dat zijn er slechts tussen de 1200 en 6000 per jaar. Hoeveel precies, dat weten we niet en ook niet wat maakt dat milde klachten ernstige klachten worden. Schaufeli en Verolme raden aan om een helder onderscheid te maken en de milde klachten gewoon spanningsklachten te noemen en de term burn-out alleen voor de ernstige gevallen te gebruiken. Zij roepen op om de echte burn-out als psychische stoornis te erkennen en een onderzoeksprogramma op te zetten om daar meer grip op te krijgen. Waar ik me helemaal in kan vinden. Het boek van Schaufeli en Verolme gaat in op wat burn-out is, hoe je het vaststelt, waardoor het veroorzaakt wordt en wat je er tegen kan doen. Een heel mooi overzicht waar je in de praktijk ook veel aan hebt.

Hidde Piekaar
Young Talent Manager
Psycholoog
Rabobank Nederland

Heb het boek met plezier gelezen. Het is vooral een wetenschappelijk boek met daarin een vertaling naar de praktijk, wat het interessant maakt voor professionals die met dit onderwerp te maken hebben. Het is goed en duidelijk geschreven. Het geeft een duidelijke onderbouwing van wat burn-out is, niet is en hoe het nu werkelijk zit. Ook geeft het inzicht in hoe en waar men zich bij herstel op kan richten en wat daarin de beperkingen en mogelijkheden zijn. In die zin geeft het helder weer wat het echte verhaal rond burn-out is.

Hans De Witte
Hoogleraar Arbeidspsychologie
Katholieke Universiteit Leuven

Op de valreep van 2021 nog een boek. En wat voor een! Als wetenschappers één taak hebben, dan is het naast beschrijven en verklaren van fenomenen ook het demystifiëren en tegenspreken van mythes en misverstanden. Dat is precies het opzet van dit boek: op duidelijke en toegankelijke wijze de huidige stand schetsen van de kennis over burn-out, en daardoor eveneens helderheid verschaffen in het debat. Door de wetenschappelijke evidentie over burn-out te inventariseren – en dus, door feiten van fictie te scheiden, zoals de auteurs zelf aangeven. Ze wensten met dit boek ‘de burn-out bubbel’ te doorprikken. Maar ze hebben méér gedaan dan dat. Gebaseerd op de recentste wetenschappelijk onderbouwde cijfers en bevindingen schetsen ze een actueel, caleidoscopisch overzicht van “alles wat je ooit over burn-out had willen weten, maar in het mediageweld niet meer goed hebt kunnen horen”.  […] In het boek komen ook diverse mensen vanuit de praktijk aan het woord. Dat levert interessante discussies en inzichten op – en nuanceert soms het gebruik van door de overheid uitgewerkte richtlijnen. […]

Het is een helder en toegankelijk overzicht geworden van de meest recente, wetenschappelijk onderbouwde inzichten over burn-out. Wetenschap bruikbaar voor de praktijk, en praktijk die op zinvolle wijze via interviews in de wetenschap werd ingebed. Een aanrader dus voor wie zich in dit thema wil verdiepen, en daarbij een onderbouwde en kritische reflectie wenst.

Henk van der Molen
Hoofd Centrum voor Beroepsziekten
Amsterdam UMC

In dit prettig leesbare boek van Schaufeli en Verolme wordt een actueel overzicht gegeven van de definitie, omvang, diagnostiek, behandeling en preventie van burn-out. Vanuit de huidige wetenschappelijke kennis – met literatuurverantwoording – worden richtingen geduid voor onderzoek, zorg en preventie. Met acties op bewezen risicofactoren en burn-out klachten kunnen arboprofessionals, werkgevers en werknemers het toenemende aandeel van overspanning en burn-out als beroepsziekten terugdringen. Met een beargumenteerde pleidooi om klachten en klinisch vastgestelde burn-out in definitie en aanpak te onderscheiden wordt bijgedragen aan het doorprikken van de burn-out bubbel en stappen te zetten in de behandeling en preventie ervan.

Willem van Rhenen
Professor Nijenrode
CHO Arbounie

In ‘de burn-out bubble, het échte verhaal’ nemen Wilmar Schaufeli en Jan Jaap Verolme ons mee in de wereld van de uitgeputte werknemer. Via een fraai historisch (en ook academisch) overzicht van naamgeving, diagnostiek en epidemiologie komen we bij het échte verhaal dat burn-out wat vager en minder omvangrijk is dan we veronderstellen. Te veel werkenden ontvangen al bij milde klachten het etiket ‘burn-out’ en dat zou onterecht zijn. Beide heren pleiten daarom voor een nieuwe benadering van dit door iedereen gesignaleerde maar dus minder omvangrijke stressfenomeen en geven een mooie voorzet. Zij eindigen het helder geschreven en goed begrijpelijke boek met 10 stellingen, waarvan die van ‘geen epidemie, wel inflatie’ (van het begrip burn-out) wellicht de meest zeggende is. Het voordeel van stellingen is dat je het hiermee oneens mag zijn. In dat geval is het misschien niet meer helemaal het échte verhaal over burn-out, maar wat mij betreft toch zeker wel het meest complete….

Dirk Antonissen
Managing Partner
Pulso Group

Heb het boek in één ruk uitgelezen. “De burn-out bubbel, het echte verhaal” is overzichtelijk, erg toegankelijk, mooi onderbouwd met feiten en cijfers en met tien interessante stellingen als orgelpunt. Het boek maakt – zoals de titel belooft – komaf met de broodjeaapverhalen rond burn-out. De diverse betrokkenen (beleidsmakers, artsen, werkgevers, hr professionals …) krijgen stevige kapstokken om de diverse concepten die samenhangen met burn-out niet alleen te begrijpen, maar ook om er preventief én curatief mee aan de slag te gaan.

Lode Godderis
Hoogleraar Arbeidsgeneeskunde KU Leuven
CEO IDEWE

Ik las met veel interesse het boek: De burn-out bubbel. De titel deed me eerst vermoeden dat er ook een link was met corona. Mentale gezondheid van velen stond immers onder druk tijdens de Pandemie. In België gebruikten we de term bubbel om te verwijzen naar de groep van intieme vrienden en familieleden, waarmee je nauw contact had tijdens de pandemie.

De ondertitel verraadt echter dat met de bubbel iets anders bedoeld wordt. In het boek slagen de auteur erin om de huidige stand van zaken weer te geven over burnout. Ze benoemen kritisch de zaken die onduidelijk zijn en soms overgeïnterpreteerd zijn ten opzichte van de werkelijkheid. Het is duidelijk dat we nog veel niet weten en wat we dachten te weten niet altijd wetenschappelijk hard te maken is.

Ondanks de kritische ondertoon, vind ik het boek zeer praktisch geschreven. Het geeft een overzicht over wat burn-out is, de historieke, determinanten, aanpak en preventie. Het boek zit ook vol praktische tips die wetenschappelijk onderbouwd zijn, waaronder het BAT meetinstrument. Ik zou het vooral aanraden voor de arboprofessional in Nederland omdat er duidelijk links gelegd worden met het veld.

Nienke van der Boom
Loopbaancoach
BHP Groep

Jan Jaap Verolme en Wilmar Schaufeli hebben de materie rond burn-outs enerzijds wetenschappelijk benaderd, anderzijds hebben ze zich ook verdiept in de ervaringen van de verschillende professionals die met burn-outpatiënten te maken hebben.

Het resultaat is De burn-out bubbel. Een gedegen en feitelijk verhaal, waarin vooral ook de complexiteit van de materie naar voren komt. Al lezend wordt je meegenomen in de ontstaansgeschiedenis van het woord burn-out, de bestaande definities, de meetinstrumenten, de huidige kennis over burn-out, vragen rondom oorzaak en gevolg, persoonseigenschappen die een rol kunnen spelen, burn-out gerelateerd aan werk en/of de thuissituatie, preventie en behandeling.

De burn-out bubbel is geen zelfhulpboek. Het boek is voornamelijk geschreven voor de professional die te maken heeft met mensen met een burn-out; de huisarts, de Arbo-arts, de psycholoog. Het boek zou niet misstaan op een leeslijst van een opleiding of bijscholing voor deze beroepsgroepen. Toch is het zeker ook interessant om dit boek te lezen als je nieuwsgierig bent naar alle kennis rondom de burn-out die er op dit moment is. Een tipje van de sluier is dat we vooral ook heel veel nog niet weten.

Irene Houtman
Senior Researcher
TNO

In dit boek willen de auteurs ‘een nuchtere kijk’ geven op de (veronderstelde) burn-out epidemie en ‘nogal wat hardnekkige aannames over burn-out doorprikken’.  De auteurs zeggen veel zinnigs over burn-out en vragen hiermee vooral meer aandacht voor onderzoek en maatschappelijke aandacht voor ernstige burn-outklachten.

Ik moet me als TNO-er natuurlijk wel aangesproken voelen door de kritiek op de Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden (NEA). Eens dat daarin alleen emotionele uitputting wordt gemeten. Echter, ik ben het niet eens met de kritiek op het afkappunt. De NEA is tenslotte een monitorinstrument. Het afkappunt was bij eind van de vorige eeuw vastgesteld op het 10e percentiel, dus nooit bedoeld om de groep met een ‘klinische’ burn-out te identificeren. Ook is de stijging niet per sé een indicatie van ‘inflatie’ van het begrip ‘burn-out’, want de gestage verandering in de met NEA gemeten ‘burn-outklachten’ onder Nederlandse werknemers zette pas echt in vanaf 2013, tijdens het herstel van de vorige crisis. De NEA is altijd bedoeld geweest als ‘vinger aan de pols’ van werkend Nederland. De gestage stijging van de gemiddelde score op de met de NEA gemeten emotionele uitputtingsklachten alsook de huidige stabilisatie op het hogere niveau, is dus wel degelijk een signaal dat maatschappelijk alsook in organisaties aandacht behoeft.

Dit boek gaat primair over het ‘doorprikken van een bubbel’ met aannames over burn-out. De auteurs hebben een helder en overtuigend betoog over de diverse tekortkomingen van het begrip en meetinstrumenten en de mogelijke misvattingen waar dit toe kan leiden. Hun tien stellingen of ‘conclusies’ zijn een logisch gevolg hierop. Het lezen van dit boek is zeer aan te bevelen voor een ieder die wat (meer) wil weten over burn-out!